M.O.T. deel 1/2

Mysterious Offnote Tasting

“Het leven is te kort om slechte whisky te drinken …”

Dit is een motto wat ik vaak in de mond neem. Het gaat sinds zaterdagavond echter niet meer op voor de aanwezigen op de M.O.T.-tasting. Ik heb nog nooit een tasting beleefd waar er zoveel whisky werd uitgespuwd. De bedoeling van de avond was om te leren wat offnotes zijn, hoe ze te kunnen herkennen, en of ze voor iedereen wel als ‘offnote’ ervaren werden … sit back and ‘enjoy’ !!!

Paul, Marc, en ik kwamen met bijna een uur vertraging aan ten huize James, en onze collega’s offnote-proevers (James, Trix, en Jurgen) waren al aan ’t aperitief bezig: een oude blended ‘Islay Mist’ die Jurgen had meegenomen. Alvorens we aan onze zware taak van de avond begonnen, verzorgde James eerst de innerlijke mens met een portie tagliatelle met groenten en zalm en als dessert een potje rijstpap (weliswaar zonder gouden lepeltjes).

Na de (overigens heel lekkere) maaltijd, kon ‘the real duty’ beginnen, en reken maar dat ‘offnote whisky’s proeven écht een ‘duty’ van formaat is !!! De mensen die moesten afzeggen (Lord B, Luc en Dominiek) hadden ook hun bijdrage geleverd, en Paul (Dejong) had gezorgd voor de line-up.

We startten de ‘offnote-cursus’ met ‘slechte sherry’ vs ‘lekkere sherry’. Om deftig te kunnen vergelijken zetten we elke keer een ‘lekkere’ fles naast een ‘offnote’ fles.

De eerste was een goede: Linkwood, 1981-1995, MM, cask 3020, “burbon” wood, 46%. Hierna achter kwam deze: Linkwood, 14yo, 1990-2004, SV, butt 4202, bottle 417 of 865, 43%. Die had ik speciaal voor de gelegenheid ‘aangekocht’. Ik heb speciaal twee flessen moeten ‘kopen’ daar ik niet echt zware offnote whisky’s in huis heb. Dit educatief materiaal staat nu echter tot ieders beschikking die ’t maar wil ;-) !!! Bij deze Linkwood valt de neus nog mee, maar hoe verder je gaat, hoe viezer hij wordt (smaak is erg, finish is ronduit VIES !!!).

Hierna kwamen drie miskleunen van formaat: Glen Grant, 1976-2003, SV, butt 03189, bottle 310 of 319, 58.7% (smaak is nog erger dan de geur: rubber, verbrand, plastic), Cragganmore-Glenlivet, 12yo, 1989-2001, Cadenhead’s, 678b., 59.2% (zwavel) en Edradour, 10yo, chardonnay finish, Straight from the cask, 56.6% (neus: zure kots, bah, smaak: nog erger: een maaginhoud waar zelfs een DOOS Rennie niet tegen heeft kunnen helpen !!!).

Met de Edradour is mijn statement van de slechte washback bekrachtigd: ’t Probleem is dat de washback ingemetseld zit in de buitenmuur, en als ’t buiten heel koud is, dan krijgt de fermenterende wash plaatselijk te koud waardoor er boterzuur ontstaat, dat op zijn beurt foute zaken doet met de wash, en dus ook met de whisky (dit is de meer wetenschappelijke uitleg). Marc legde ’t op een meer ‘plastische’ manier uit: “Als ge alleen uw kont buiten de deur steekt, hebt ge een kouwe kont en ne warme kop, da’s het probleem van Edradour.” Ik antwoordde hierop: “Mijn kont gist toch niet?!”

Hierna volgden enkele Caperdonichs: de Caperdonich, 1980-2003, G&M CC, 46% die Trix en Jurgen meebrachten als ‘troep’, was helemààl zo slecht niet als zij vreesden/hoopten (nuja, na de drie ervoor viel écht ALLES mee hoor …) !!!
Paul zette hier een steengoede Caperdonich tegenover: Caperdonich, 18yo, 1977-1996, Cadenhead’s, 57.7% (ik had er niet aan gedacht de OER-Caperdonich mee te nemen ;-) .).

Ik begon zo zoetjesaan van al die kattepis mijn buik vol te krijgen, en presenteerde mijn eigen vatting die ik maakte toen Luc en ik bij John Glaser op bezoek waren te Londen (samenstelling: 25% Caol Ila, 35% Clynelish, 15% Linkwood, 10% Ardmore, 10% Glenlossie, 5% Glen Elgin). Ik ging even door met de Macallan-Glenlivet, 12yo, 1979-1991, Cadenhead’s, 55.2%, 5cl, waar we dan prompt de Macallan, 10yo, full proof, 57% 75cl, Giovinetti&Figli langs zetten (waarvoor dank Dominiek). Bleek dat de mijne vrij a-typisch Macallan was.

Ik ga nu kiezen voor de wol, en de rest van de M.O.T. post ik morgen … graag tot dan,
Gr.,
B. !!!

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.

Leave a Reply