Hallo,
Gisteravond 30/04/2011, had ik enkele goede vrienden uitgenodigd om samen een ‘kleine’ tasting te beleven. Velen onder jullie weten, dat ik al jàààààren loop te zeggen dat er een Bowmore 1964 ‘Fino’ zou opengaan voor een select gezelschap na de geboorte van mijn eerste kind.
Dat gezelschap begon omstreeks 19u te landen ten huize B, allen voorzien van één (sommige anderen enkele) flessen. Algauw werd geopperd dat het meebrengen van meerdere flessen zou wijzen op gebrek aan zelfvertrouwen, dat er toch twijfel zou zijn aan de eerste fles
.
Mijn goede vriend, fellow Malt Maniac, en P.I.W. Paul Dejong beet de spits af, met twee flessen in de rugzak. Hierna kwam ook Tom Deleersnijder binnen. Tom strijdt samen met Magnus om de titel van grootste BenRiach verzamelaar ter wereld (beiden missen er maar één of twee). Tom zette zich initieel naast de frigo, maar verzette zich toen hij vrij snel werd gedegradeerd tot kelner … Jan Broekmans zou later op die weinig benijdenswaardige stoel terechtkomen
. Tom had ook een flesje Château Smith Haut Lafitte mee om bij de kaasplank te nuttigen. Hij had zich echter verzet naar de andere kant van de tafel … aan de kast waarin mijn whisky-, water-, en Duvelglazen staan
.
MMJ was de derde, en die had ook een flesje wijn mee voor bij de kaasplank. U raadt ‘t nooit: OOK een Smith Haut Lafitte, maar van een ander jaar. We hadden meteen een eerste Head-to-Head
. BC had zelfs zijn eigen glaasjes mee (Paul ook), en Jan Broekmans zou iets later komen door professionele bezigheden. Mijn vader was er intussen ook al bijgekomen, en mijn broer zou door ‘echtelijke verplichtingen’ wat later komen. We begonnen alvast aan de kaas (met broodjes natuurlijk) in combinatie met de wijnen.
Aan tafel passeerden enkele oude verhalen opnieuw de revue, werd nu en dan met scherp geschoten (friendly fire weliswaar), maar hadden we vooral heel veel gezonde ‘leute’ samen. Waar is de tijd dat wij meerdere van deze ‘kleine tastings’ per maand deden … ik heb toch de indruk dat dit allemaal een heel stuk minder (en meer lokaal) is geworden, daardoor deed ‘t gisteravond zo deugd om er weer eens ééntje te beleven uit de oude doos … … … en ‘t zou zowat de beste worden uit mijn hele whiskyleven.
Na de kaasplank, de wijntjes en de leute, trokken we naar mijn tasting room. We bekeken even de flessen die allemaal samen op een hoek van mijn bureau stonden, en besloten af te trappen … ikzelf zou proberen de drams in straatjes te schenken. De line-up was de volgende:
Glen Garioch 36yo 1967/2003 (55.5%, Douglas Laing Platinum, 132 Bts.) (PIW)
(deze topper werd gebruikt om ‘t palet op whisky te zetten, de toon was meteen gezet en alle vizieren stonden meteen scherp
)
Een eerste straatje werd:
Longmorn 35yo 1968/2004 (61.9%, DL PS, 68 Bts.) (BC)
Longmorn 1969/2009 (59.3%, G&M Japan Import, sherry C#5293, 405 Bts.) (JB)
Ik besloot even naar de kelder te lopen om hier ook nog de volgende naast te zetten (noem ’t gebrek aan zelfvertrouwen
):
Longmorn 22yo, 1969/1991 (61%, ob for Intertrade, Turatello) (BB)
De bijdrage van Tom was niet echt te combineren met andere flessen die er nog stonden, daarom gaven we hem in zijn ééntje:
Clynelish 12yo (57%, G&M for Ainslie&Heilbron, Early ‘80s) (TD)
Tom had eerder gezegd dat hij hoopte dat zijn bijdrage overeind zou blijven tussen al het geweld. Iedereen die deze krachtpatser kende, verzekerde hem dat er géén probleem zou zijn, en hij bleef inderdaad overeind als een huis … gewoon machtig spul !!!
Hierna kwam het flesje wat MMJ meebracht, ook als Einzelganger:
Glenburgie 1966/1990 (61.2%, G&M ‘Cask’, C# 3405/6, 75cl.)
De naam Glenburgie doe bij weinig mensen ’t water in de mond komen, maar ALLE ‘60s Glenburgies die ik eerder al proefde zijn allemaal récht in de roos, zo ook deze (zie http://onversneden.com/2011/03/14/bezoekje-bb/ voor notes van deze
).
Hierna stonden nog drie koppeltjes op ons te wachten, en niet van de héle minste
:
Benriach 30yo 1976/2006 (53%, OB for LMDW, C#3557, 222 Bts.) (BC)
Zijn sparring partner was een BenRiach 1975 (MB), waarvan ik me de details niet meer herinner.
De LMDW werd beoordeeld als de meest krachtige, en de 1975 was unaniem de meest complexe.
We ran out of Speysiders en consoorten, dus moesten we de tasting noodgedwongen afsluiten met twee koppeltjes van het eiland Islay (men kan soms harder gekloot worden):
Laphroaig 1964/1981 (43%, BBR, 75cl.) (JB)
Laphroaig 30yo 1966/1996 (48.9%, SV, C# 561, 142 Bts.) (PIW)
Ineens werd het muisstil aan tafel … dit waren twee absoluut GROTE whisky’s. De ene kwam van een sherryvat (BBR), de andere was op een bourbonvat gerijpt (SV). Dit maakte beiden wat verschillend, maar over één van deze beide whisky’s iets fout zeggen zou getuigen van OF totale decadentie, OF er gewoon geen kloten van kennen.
We zaten op een niveau wat enkel maar door superlatieven kan beschreven worden. Ikzelf kwam hier al uit op scores van 98 punten. Van die ‘60s Laphroaigs die in de latere jaren ’90 gebotteld werden door Signatory zijn er enkele bottelingen, en die zijn allemaal zo verdomd lekker. Die BBR is dan verdorie een ‘ghost bottle’, want ik hoorde hier nooit eerder van. Hij staat zelfs (nog) niet op de monitor, maar wat ’n BOM !!!
Het laatste straatje werd dan:
Bowmore 40yo 1966/2006 (43.4%, DT, C#3316, 151 Bts.) (HB)
Bowmore 37yo 1964 (49.6%, OB, fino, 300 Bts.)
Nét op het ogenblik dat de Fino geopend werd, kwam mijn lieve echtgenote binnen met onze dochter Astrid. Ik greep dit moment met beide handen beet, stak een vinger in de fles, en zette een Fino-kruisje op het voorhoofd van de baby. Welke pastoor gaat dàt doopsel OOIT kunnen verbeteren? Hij zal van vrééd ver mogen komen denk ik !!!
Terug naar de tasting dan … na enkele ogenblikken nosen en proeven in totale stilte, zei Paul stilletjes: ‘we have a winner’. Iedereen was ermee akkoord, dus kan de Fino in mijn whisky boek zijn score van 99/100, én de titel als mijn beste whisky ooit, met verve behouden. We blijven zoeken naar perfectie, maar ik begin steeds meer te geloven dat ’t bij bijna-perfectie zal blijven … en ik vind ’t niet eens erg.
Tom merkte echter terecht op, dat hij verwacht had dat de Fino ‘m van de sokken zou blazen, en dat dàt niet was gebeurd. Logisch ook, zei Paul, want de Fino won de debatten misschien wel … maar met de hakken over de sloot. Het niveau van de andere drams van de avond was gewoon zo vreselijk hoog, dat ’t gewoon onmogelijk is om daar nog vér over te gaan. Het was écht een ‘close call’, want er zaten veel snoepjes tussen.
We besloten geen verdere drams meer te nuttigen, en hadden nog een gezellige babbel samen over de diepere zin des levens. Hierna vertrokken mijn gasten één na één huiswaarts. We hadden in ieder geval een avond met héél veel leute, met échte vriendschap, maar vooral … met gewéldige drams. Bedankt aan de aanwezigen om er een geniale avond van te maken, en afspraak volgend jaar op 30/04/2012 ten huize Deleersnijder voor meer van dit
!!!
De kop is er weer af, en morgen post ik weer eens een tasting note, met meer uitleg waarom ik nooit meer tasting notes ga posten … en ook waarom ik soms wél nog ééntje ga doen
!!!
Gr.,
B. !!!